Westgevel en deel zuidgevel
1 van 6
Vorige
Volgende

Gebouw en bewoners


De Menkemaborg is in oorsprong een uit de 14de eeuw daterend huis, een zogenaamd ‘steenhuis’, dat in de loop der tijd vergroot is. Over de familie Menkema is weinig bekend. In het begin van de 17de eeuw vergrootte het echtpaar Clant het gebouw tot een U-vormig huis met de ingang naar het oosten. In 1682 koopt Mello Alberda het landgoed en na zijn overlijden in 1699 erft zijn zoon Unico Allard het. In 1701 trouwt Unico Allard met Everdina Cornera van Berum en zij verbouwden het huis ingrijpend waarbij de ingang naar het noorden werd verlegd en het huis een barokke symmetrische indeling kreeg. De architect van deze verbouw was Allert Meijer. Voor het verfraaien van het interieur werden kunstenaars aangetrokken. Beeldsnijder Jan de Rijk maakt de imposante schoorsteenmantels van barok houtsnijwerk en Harmannus Collenius schilderde daarvoor mythologische voorstellingen. Ook een heel bijzonder staatsieledikant, gemaakt van gele Chinese zijdedamast, is bewaard gebleven.

De kamers, waaronder de grote zaal, herenkamer, studeerkamer, slaapkamer, keuken en kelders zijn volledig ingericht met mooie meubelen, zilver, porselein, koperwerk en portretten uit de 17de en 18de eeuw. De vertrekken zijn levendig ingericht alsof ‘de bewoners zo terug kunnen komen’.

Het schathuis
De naam schathuis is afkomstig van het Friese woord ‘skat’ of ‘sket’, dat vee betekent. In feite is een schathuis de boerderij bij een borg. Op de tuintekening uit omstreeks 1705 is te zien, dat het schathuis veel groter is geweest.
In het schathuis werden vroeger de koetsen en de paarden gestald, werd hooi en andere gewassen opgeslagen, maar er werd eveneens gekookt, bier gebrouwen, kaas gemaakt en de knechten hadden hun eigen kamer.
Nu is in het schathuis een café en (pannenkoeken)restaurant gevestigd.